Quickscan windhinder: De toets voor hoogbouwplannen in de ontwerpfase
Een quickscan windhinder laat vroegtijdig zien of je ontwerp het lokale windklimaat niet verstoort of een volledig onderzoek nodig is. Zo stuur je bij voordat bouwmassa, oriënttie en plint vastliggen.
Waarom een quickscan in de schetsfase loont.
Bij een hoogbouwplan komt windhinder vaak laat op tafel. Het ontwerp is dan al uitgewerkt en de gemeente vraagt om een windonderzoek. Het resultaat is dan soms onwelkom: het plan voldoet niet.
Een volledig windhinderonderzoek is zorgvuldig en wordt door gemeenten geaccepteerd als onderbouwing. Het vraagt wel een uitgewerkt ontwerp, en het kost tijd en budget. Daarom wordt het vaak pas laat in het proces uitgevoerd, vlak voor de vergunningaanvraag. Op dat moment liggen de bouwmassa, de oriëntatie en de plint vast. Een ongunstige uitkomst dwingt dan tot herontwerp, of tot maatregelen die het plan duurder of minder aantrekkelijk maken.
Een quickscan windhinder in de schetsfase voorkomt dat scenario. Je weet vroeg of het ontwerp de toets kan doorstaan en of een volledig onderzoek nodig is.
Waar windhinder op wordt getoetst.
De norm is NEN 8100. Die beoordeelt het windklimaat op hinder en op gevaar. Bij hinder telt hoe vaak de uurgemiddelde windsnelheid 5 m/s overschrijdt, als percentage van de uren per jaar. Dat leidt tot een klasse van A t/m E. Bij gevaar gaat het om windsnelheden van 15 m/s en hoger. Welke klasse acceptabel is, hangt af van de activiteit: doorstromen, wandelen of verblijven.
Wat doet een quickscan windhinder?
Een quickscan geeft in een vroeg stadium een onderbouwde eerste inschatting van het windklimaat bij jullie schetsontwerp. Het ontwerp wordt in de software ingetekend als massa, waarbij de omgeving wordt ingeladen vanuit de 3D-BAG. De scan laat zien op welke plekken hinder of gevaar te verwachten is, en hoe sterk de bouwmassa, de hoogte en de omliggende bebouwing daaraan bijdragen.
De mogelijke uitkomsten
- Het ontwerp voldoet naar verwachting ruim aan de norm. De kans op een negatieve uitkomst is dan klein en een volledig onderzoek kan worden uitgesloten als het gebouw onder de 30 meter norm blijft.
- Het ontwerp voldoet op onderdelen niet aan de norm. Bijsturen is in de schetsfase nog goedkoop, bijvoorbeeld met een andere positie van de toren, een terugliggende gevel, een luifel of een andere inrichting van het openbare gebied. Dat kost een aanpassing op papier, geen herontwerp.
Wanneer is een quickscan zinvol?
De hoogte van het plan bepaalt in de praktijk of onderzoek nodig is. Bij bebouwing onder de 15 meter is windonderzoek meestal niet verplicht, tenzij de omgeving windgevoelig is. Tussen de 15 en 30 meter volstaat vaak een deskundig oordeel, en dat is precies wat de quickscan biedt. Boven de 30 meter is een volledig onderzoek volgens NEN 8100 noodzakelijk. Ook gemeenten en provincies kunnen een onderzoek eisen, bijvoorbeeld in windgevoelige gebieden.
Voor plannen tussen de 15 en 30 meter kan de quickscan dus het eindpunt zijn, mits de uitkomst gunstig is en de gemeente het deskundig oordeel accepteert. Bij plannen boven de 30 meter blijft het volledige onderzoek nodig, maar laat de quickscan vroeg zien waar de knelpunten zitten, zodat je bijstuurt voordat het onderzoek start.
Twijfel of je plan een quickscan nodig heeft?
Wil je weten of jouw ontwerp de windtoets doorstaat? Laat ons de plannen weten en je hoort van ons of een quickscan volstaat of dat een volledig NEN 8100-onderzoek nodig is.
Meer uit het veld.
Bekijk de andere artikelen of bel ons als dit stuk vragen oproept.